Project 2019 - 2020

Op het programma stond dit keer muziek van Josquin Desprez, Orlando di Lasso, Hildegard von Bingen, Mozart en Brahms, Samuel Barber, Pablo Casals, Louis Andriessen, Paul Dessau en Arvo Pärt. Werken voor vier- tot zevenstemmig gemengd koor, maar ook voor vrouwen- en mannenkoor apart, a capella en met pianobegeleiding. De vocale muziek werd afgewisseld met pianowerken van Bach, uitgevoerd door Jeanine Santing, en met teksten voorgedragen door Marije Roorda. De 16-jarige Elise Huser zong de sopraansolo in twee werken van Arvo Pärt.

Anders dan bij vorige projecten was er dit keer een buitenmuzikaal thema, samenhangend met het feit dat het binnenkort 75 geleden is dat de Tweede Wereldoorlog eindigde.

Ruim 200 mensen woonden de concerten bij in de Clemenskerk te Havelte en de Dorpskerk van Wapserveen.

Het koor verleende dit najaar ook medewerking aan Growing Archive of Reconstruction, een artistiek onderzoeksproject van Neeltje ten Westenend naar de representatie van de geschiedenis van de Koloniën van Weldadigheid te Frederiksoord. Daarin staan vragen centraal als: Hoe wordt de geschiedenis van het landbouwkundig en sociaal-economisch experiment van Frederiksoord verteld? Hoe ontstaat beeld vanuit tekst, vanuit de archieven, herinneringen en verhalen?

In dit kader heeft Monique Suring op de tekst van een lied dat gezongen is ter gelegenheid van de opening van de Tuinbouwschool, opnieuw muziek geschreven omdat de oorspronkelijke melodie niet bewaard is gebleven. Met nog enkele andere liederen werd dit door ons ingestudeerd en op experimentele wijze, onder leiding van de kunstenaar Harry de Wit, in het koloniekerkje van Wilhelminaoord gefilmd.

Sopranen:

Meia van Geel, Ineke van Gent, Margot Groeneveld, Caecile de Hoog,  Romy Leskens, Wietske Ouwerkerk, Jos Greebe.

Alten:

Elly Koetsier-Houtman, Annette Kok, Doetie de Kramer, Toke Schoemaker, Sita Tuinstra, Marjon Vaandering, Titi Zaadnoordijk, Coby Zoer.

Tenoren:

Wil Brandt, Maranka van Bree, Ger van Diepen, Friso de Kruif, Hansje Meereboer.

Bassen:

Bert Adriaens, Joost Lammers, Henk Westenberg. Albert Brandsma, Cees Mannee, Jan Nijman

 

Project 2018

Op 28 en 30 september 2018 vonden concerten plaats in de Pancratiuskerk te Diever en het Koloniekerkje in Wilhelminaoord. Op het programma muziek uit Engeland, Finland en Hongarije: Dowland, Purcell, Kodaly en Sibelius. Van Purcell de Funeral Sentences for Queen Mary, met orgelbegelding en medewerking van vier koperblazers; dit werd voorafgegaan door vier liederen uit de Songbooks van John Dowland. Van Kodaly o.m. Esti dal, het Stabat mater voor gemengd koor en het Ave Maria voor driestemmig vrouwenkoor. Het programma werd besloten met Jean Sibelius: a cappella koorwerken zowel voor gemengd koor als voor mannen- en vrouwenstemmen apart.

Medewerking werd verleend door de organist Fedde Tuinstra en koperblazers uit het Nederlands Begeleidingsorkest.

‘Een verrassende kennismaking met de koormuziek van Sibelius,’ aldus recensente Marjan Doorn van de Steenwijker Courant. ‘Negen korte koorwerken, allemaal juweeltjes. Monique Suring besteedt veel aandacht aan expressie en dynamiek, zodat elk lied een mooie, afgeronde compositie wordt. Een mooi experiment om Sydamenie Laulu twee keer te laten zingen: de eerste keer door het voltallige ensemble, de tweede keer door acht mannenstemmen. Gewaagd en kwetsbaar, maar de zangers ondanks een enkele onzuiverheid zeer geconcentreerd. Helder en zuiver klonk Kotikaipaus, een lied over vluchtige gedachten.

Om aansluiting met Sibelius te maken, zong het koor enkele koorwerken van Kodaly. Behalve een mooi vierstemmig gezet Stabat Mater en een Ave Maria voor de heldere vrouwenstemmen van het koor. Hieruit bleek hoeveel waarde Suring hecht aan een goede vocale uitbeelding van de tekst. Indrukwekkend klonk Purcells muziek uit 1695, geschreven voor de begrafenis van Queen Mary in de Londense Westminster Abbey. De March en Canzona nu in het Koloniekerkje, wat een cultuurverschil. Met ondersteuning van het orgel zong het Projectkoor de drie motetten, afgewisseld door zettingen voor koperblazers. De tekst duidelijk te volgen, de klank homogeen.’

Project 2017

Op 10 en 12 maart 2017 vonden concerten plaats in Oldeberkoop en Vledder. Het programma was opgebouwd rond Nocturnal after John Dowland uit 1963 voor gitaar solo van Benjamin Britten, gespeeld door Sjors Holleboom. Het thema van John Dowland waardoor Britten zich bij dit stuk heeft laten inspireren is ontleend aan het lied Come heavy sleep, dat door het koor, met nog drie andere liederen van deze componist, werd gezongen. Daarnaast werden, begeleid en onbegeleid, gemengd en ongemengd, verschillende koorwerken van Benjamin Britten uitgevoerd zoals I lov’d a lass en Chorale.

Na de pauze stond Hongarije centraal, met ruime aandacht voor Béla Bartók – wiens muziek een grote verwantschap vertoont met die van Britten. Naast de 4 Slowaakse volksliederen en liederen voor vrouwenkoor (gezongen door sextet Groupe des Six), speelde pianiste Jeanine Santing de Vijf Roemeense Dansen. Het programma werd besloten met werk van Zoltán Kodály en György Ligeti, twintigste-eeuwse componisten die zich, evenals Bártók, sterk door volksmuziek hebben laten inspireren.

Dit project werd mede mogelijk gemaakt door bijdragen van het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Bercoop Fonds en het VSB-fonds.

 

Project 2016

Op 12 en 14 maart 2016 voerde het projectkoor in Diever en Havelte een programma uit dat negen eeuwen muziek omvatte.

 Van Hildegard von Bingen (1098-1176) werden door de sopranengroep – uit het zicht van het publiek - twee stukken gezongen: Cum erubuerint en O virga ac diadema. De alten, tenoren en bassen zongen daarna And one of the Pharisees... van de twintigste-eeuwse componist Arvo Pärt, waarna de mezzo-sopraan Maria de Moel Aus den Visionen der Hildegard von Bingen ten gehore bracht, een indrukwekkend stuk van Sofia Gubaidulina (1931).

Met de Via Crucis van Franz Liszt, voor koor, orgel en baritonsolo, werden de concerten besloten. Medewerking werd verleend door Klaas Peter van der Laan, bariton, en de organiste Elly Meijer. De rode draad in dit project was de religieuze bevlogenheid van deze componisten - religieus vanuit een gevoel van diepe verbondenheid, eerder dan christelijk, hoewel alle muziek wel binnen de christelijke cultuur van West-, en Midden-Europa is ontstaan.

Dit project werd mede mogelijk gemaakt door subsidie van het VSB-fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds.

 

Project 2014

Op 14 en 16 november 2014 gaven drie koren twee concerten in Havelte en Diever. De drie projectkoren Matricale, Gabriel Fauré en Cantiamo! voerden werk uit van onder meer William Byrd, Mario Castelnuovo-Tedesco, Antonio Lotti, Bohuslav Martinů en Zoltán Kodály. Het Projectkoor Gabriel Faurézong dit keer alles zonder begeleiding. Bovendien was er een klein koor gevormd  dat muziek van Strawinsky en Kodály uitvoerde.

Matricale dat onder leiding staat van Klaas Peter van der Laan, voerde werk uit van Mario Castelnuovo-Tedesco:  ‘Romancero Gitano’, de prachtige cyclus op gedichten van Lorca, begeleid op gitaar door Sjors Holleboom, en Cantiamo!, ook geleid door Klaas Peter van der Laan voerde met Matricale een dubbelkorig werk van Georg Poss uit.

Project 2013

Een bijzonder project dat uitmondde in de première van een werk dat de componist Bart Visman in opdracht van ons koor schreef. ‘In lovers’ Eyes’, voor gemengd koor, twee hoorns en harp, is geïnspireerd op vier sonnetten van William Shakespeare. Geen gemakkelijke keuze, vanwege de soms moeilijk te doorgronden teksten, met meerdere - vaak dubbele - betekenissen. Het resultaat, vier koorwerken van ongekende schoonheid, klonk op 22 en 24 november 2013 in de kerken van Diever en Havelte. De Meppeloer Courant schreef: ‘Deze wereldpremière van inderdaad een kostelijk werk, werd gedisciplineerd en vooral bezield gezongen, vol prachtige nuances’.

Op het programma stonden voorts werken van Brahms voor vrouwenkoor, ook met begeleiding van harp en twee hoorns, en de Suite voor harp solo van Benjamin Britten . De instrumentalisten waren leden van het Nederlands Begeleidingsorkest uit Arnhem, te weten Connie Wegbrans en Anneloes van Venetië (hoorn) en Judith Jamin (harp). Door de mannengroep werd werk van Grieg en Sibelius uitgevoerd, waarna het voltallige koor van de Poolse componist Górecki 'Szeroka Woda', ook bekend onder de naam ‘Broad Waters’, ten gehore bracht.

 

Project 2012

Op 2 en 4 november 2012 voerde het koor een aantal werken uit van Franz Schubert en Johannes Brahms. Medewerking werd verleend door de bekende mezzosopraan Maria de Moel, die de solo zong in het Ständchen van Schubert, voor vrouwenkoor, sopraan en piano, en het lied Von ewiger Liebe van Brahms, dat Monique Suring voor de gelegenheid bewerkt had voor sopraan, koor en piano. Het geheel werd begeleid door pianiste Jeanine Santing.

 

Project 2011

In 2011 verzorgde het projectkoor een concert op vrijdag 13 mei om 20.00 uur in de Hervormde kerk in Vledder. Op het programma stonden werken van Gabriel Fauré en Robert Schumann.

De sopranen en de alten van het koor brachten van Fauré de Messe Basse, en het koor als geheel zong liederen van Schumann.

Daarnaast was er een gastoptreden van het gemengd kwartet Quatre Voix van Klaas Peter van der Laan. Dit kwartet bestaat uit beroepszangers. Verder trad het vocale sextet SaraBande op, dat net als het koor onder leiding staat van Monique Suring en ook uit amateurs bestaat. Beide gastformaties zongen werk van Robert Schumann waarin de zigeuner centraal staat. Jeanine Santing zorgde voor begeleiding op de vleugel.

 

Project 2010

Projectkoor Gabriel Fauré is in 2009 opgericht en trad in december van dat jaar voor het eerst op, als gast bij het kerstconcert van de Side Table Singers. In maart van het volgende jaar gaf het koor twee proefconcerten, in Vledder en in Steenwijk, met o.m. delen uit het Requiem van Gabriel Fauré met pianobegeleiding.

Vrijdagavond 1 oktober (in Diever) en zondagmiddag 3 oktober 2010 (in Havelte) werd dit eerste project bekroond met twee concerten met begeleiding van het Nederlands Begeleidingsorkest uit Arnhem, een formatie van 15 beroepsmusici. Op het programma uitsluitend werk van Gabriel Fauré, met als hoogtepunt het Requiem. Solisten waren de bariton Klaas Peter van der Laan en sopraan Elisabeth de Charon de Saint Germain. Naast het Requiem werden ook de Cantique de Jean Racine, Madrigal, Après un rêve (in twee versies: voor sopraan en piano en cello en piano), en de Élégie uitgevoerd.

Dit project kwam tot stand met financiële steun van het Fonds voor Cultuurparticipatie, het Prins Bernhard Cultuurfonds en het VSB-fonds

30 september 2010. Koor en orkest bereiden zich voor op het concert in de Clemenskerk te Havelte.

vorige pagina